Dégagé oefeningen voor kinderen: wanneer beginnen en hoe doe je het?
Ken je dat? Je kind rent door de kamer, klautert over de bank en lijkt soms wel een kleine aap. Bewegen zit er bij kinderen vaak diep in.
Toch kan het soms lastig zijn om de motoriek echt te verbeteren.
Hier komt dégagé om de hoek kijken. Het klinkt misschien ingewikkeld, maar het is eigenlijk gewoon een speelse manier om kinderen beter te laten bewegen.
Het is een methode die heel populair is in Frankrijk, en steeds meer ouders en therapeuten ontdekken het ook hier. Dégagé betekent letterlijk "onthuld" of "openbaar gemaakt". Het draait allemaal om het lichaam van het kind leren kennen door te doen.
Geen saaie oefeningen op een matje, maar spontane bewegingen die het kind moet imiteren.
In dit artikel lees je wanneer je het beste kunt beginnen, welke oefeningen leuk zijn en hoe je het aanpakt. Laten we erin duiken.
Wat is Dégagé eigenlijk en waarom werkt het zo goed?
De methode is ontwikkeld door de Franse therapeut Pierre Degagé in de jaren zestig. Hij zocht naar een manier om kinderen met motorische problemen te helpen, maar de aanpak bleek geschikt voor bijna elk kind. Het basisidee is simpel: kinderen leren het best door herhaling en door hun lichaam te voelen.
In plaats van een therapeut die zegt "doi dit na", laat de begeleider een beweging zien en het kind reageert direct.
Dit is vaak onverwacht. Door deze spontane reactie leert het kind sneller hoe het zijn lichaam moet sturen.
Het stimuleert de proprioceptie: het gevoel voor de positie van armen en benen in de ruimte. Als een kind weet waar zijn voeten zijn zonder te kijken, beweegt het veel efficiënter. Daarnaast is het goed voor de concentratie.
Het kind moet alert zijn om de beweging van de begeleider bij te houden.
En misschien wel het allerbelangrijkste: het geeft zelfvertrouwen. Elk succesvol nagebootste beweging is een kleine overwinning.
Wanneer kun je beginnen?
Je kunt eigenlijk al vroeg beginnen met eenvoudige dégagé oefeningen, maar de lessen passen zich altijd aan de leeftijd aan. Het is geen wedstrijd; het gaat om de ontwikkeling van het kind.
- De nek- en rompspieren zijn sterk genoeg. Het kind kan zijn hoofd stabiel houden en rechtop zitten.
- Er is interesse in beweging. Het kind wil graag meedoen en heeft plezier in het spelen.
- De basiscoördinatie is er. Het kan grijpen, rollen of kruipen.
De juiste timing per leeftijd
Over het algemeen zijn er een paar signalen dat een kind klaar is voor dégagé: Voor baby’s tussen de 0 en 6 maanden draait het vooral om observeren en imiteren. Als jij je hoofd draait, doet het kind dat soms ook.
Vanaf 6 maanden wordt het actiever. Oefeningen zoals zitten, rollen en het volgen van een speeltje horen erbij.
Vanaf 1 tot 2 jaar draait het om balans. Dit is de leeftijd van de eerste stapjes. Oefeningen waarbij het kind op één been probeert te staan (evenwicht zoeken) of onder door een obstakel kruipt, zijn perfect. Vanaf 3 jaar wordt het leuker en complexer.
Kinderen kunnen nu springen, balanceren en snelle bewegingen imiteren. Ze kunnen een dansbeweging nadoen of een bal gooien en vangen. De wereld wordt groter en de oefeningen mogen dat ook zijn.
Soorten Dégagé oefeningen
Er is geen vast boek met oefeningen. De kunst is om het aan te passen aan het kind.
Balans en evenwicht
Toch zijn er categorieën die helpen bij de motorische ontwikkeling. Hier zijn een paar voorbeelden:
- Op één been staan (begin met 5 seconden, bouw langzaam op).
- Lopen op een lijn op de grond, alsof je een koorddanser bent.
- Balanceer op een kussen of een zachte ondergrond.
Coördinatie en timing
Balans is de basis van bijna elke sport. Probeer eens: Hier draait het om samenwerking tussen ogen en handen: Een sterk lichaam kan meer aan:
- Een bal gooien en vangen (begin dicht bij elkaar).
- Simpele dansbewegingen imiteren.
- Met de ogen een bewegend object volgen.
Kracht en flexibiliteit
Dit is de sleutel tot goede motoriek: Een sessie bouw je op: begin met makkelijke bewegingen en eindig met een uitdaging. Er is geen vaste volgorde; het is een improvisatie.
- Opstaan uit een stoel zonder handen te gebruiken.
- Onder een tafel of door een tunneltje kruipen.
- Armen en benen strekken en stretchen.
Proprioceptie (voelen waar je lichaam is)
- Lopen over verschillende ondergronden (gras, zand, tapijt).
- Springen op een trampoline of van een laag stapelbed.
- Met gesloten ogen (en onder begeleiding) een voorwerp aanraken.
Hoe voer je dégagé oefeningen uit?
De interactie is het allerbelangrijkste. Jij bent de begeleider, maar vooral de sparringpartner.
- Begin klein: Kies bewegingen die het kind makkelijk kan nabootsen. Te moeilijk is frustrerend.
- Wees spontaan: Verander de snelheid en richting. Als je altijd hetzelfde doet, raakt het kind verveeld.
- Observeer: Kijk hoe het kind reageert. Beweegt het soepel of stram? Pas de oefening daarop aan.
- Positieve vibes: Geef complimenten. Zeg niet "dat is fout", maar "leuke poging, probeer het nog eens".
- Maak er een spel van: Gebruik muziek, ballen of verkleedkleren. Plezier zorgt voor betere resultaten.
- Korte sessies: Kinderen hebben een korte aandachtsspanne. 15 tot 30 minuten is vaak genoeg. Stop voordat het saai wordt.
Volg deze principes voor het beste resultaat: Veiligheid gaat boven alles.
Zorg voor een zachte ondergrond, zoals een mat of zacht tapijt. Zorg dat de ruimte vrij is van scherpe randen.
Kosten en beschikbaarheid
Wil je dit professioneel aanpakken, dan zijn er therapeuten die gespecialiseerd zijn in deze methode. De kosten kunnen variëren.
Een losse sessie ligt vaak tussen de 50 en 80 euro. Een traject van een aantal sessies kan oplopen tot enkele honderden euro's. In Nederland is dégagé nog niet zo bekend als in Frankrijk, maar het wint aan populariteit.
Steeds meer (para)medische praktijken en revalidatiecentra bieden het aan. Sommige particuliere therapeuten doen het ook.
Een voorbeeld van een plek waar dergelijke motorische trainingen plaatsvinden is een revalidatiecentrum, maar informeer vooral bij lokale fysiotherapeuten of kinderfysiotherapeuten. Ze weten vaak of ze deze methode toepassen of kennen iemand die het doet.
Conclusie
Dégagé is meer dan alleen maar bewegen. Het is een manier om kinderen beter in hun vel te laten zitten, letterlijk en figuurlijk.
Door het stimuleren van de proprioceptie, aandacht en het zelfvertrouwen, helpt het kinderen hun motoriek te verbeteren. Begin op het juiste moment, speel in op de leeftijd en maak het leuk. Of je het nu thuis doet of met een therapeut, de basis is hetzelfde: plezier en herhaling.
Met de juiste begeleiding en een beetje geduld kan dégagé een waardevolle toevoeging zijn aan de ontwikkeling van je kind.
Dus, trek je sportieve schoenen aan en ga de uitdaging aan!
